Bestel NOX

Onderzoek

Slapen doet iedereen. Maar waarom en wat is slaap eigenlijk? En wat hebben de hersenen ermee te maken? Hoewel wetenschappers nog volop discussiëren over de functie van slaap, zijn ze het erover eens dat slaap essentieel voor onze gezondheid is.

We hebben de samenvatting opgedeeld in drie hoofdstukken:

1. Slaap | 2. Slaap en Hersenen

 

Slaap

Niet alle slaap is hetzelfde, je kunt uit verschillende slaapfases ontwaken en die zijn allemaal uniek. Over het algemeen wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee verschillende slaapfases: de REM-slaap en de non-REM-slaap. De REM-slaap is de welbekende droomslaap. Het grootste gedeelte van de nacht verkeren we echter in de non-REM-slaap, ook wel de normale slaap genoemd. De normale slaap is weer onder te verdelen in de sluimerfase, de lichte slaapfase en de diepe slaapfase. Er bestaat een vaste volgorde voor deze slaapfases. Dit hele rijtje – de zogenaamde slaapcyclus – doorloop je vier tot zes keer per nacht. Hieronder vind je de fases die je per slaapcyclus doormaakt uitgebreider uitgelegd.

 

Non-Rem-Slaap | sluimerfase | 1

De eerste fase van de non-REM-slaap is een overgangsfase tussen de waak- en slaaptoestand. Deze fase duurt gemiddeld drie tot vijf minuten waarbij je lichaamstemperatuur daalt en je spieren rustig ontspannen.

 

Non-Rem-Slaap | lichte slaapfase | 2

In de tweede fase slapen we iets dieper en deze fase duurt gemiddeld dertig tot veertig minuten. De lichte slaapfase beslaat tot 50 procent van de totale slaapduur per nacht. Het is het begin van de ‘echte’ slaap. Je wordt in deze fase niet zomaar wakker van elk geluid.

 

Non-Rem-Slaap | diepe slaapfase | 3

In fase drie ben je erg ontspannen en moeilijk wakker te krijgen. Je ademhaling is diep en je hartslag is langzaam en regelmatig. Deze fase beslaat zo’n 15% tot 20% van je totale nachtrust. Als je in deze fase gewekt wordt ben je gedesoriënteerd, en heb je wat tijd nodig om te realiseren waar je bent.

 

REM-slaap | 4

In fase vier begint de REM-slaap, ook wel de droomslaap genoemd. In deze fase zijn de grote spieren van je ledematen verlamd. Als dit niet zo zou zijn, zou je uit je bed kunnen springen om je dromen achterna te gaan. Wetenschappers kunnen zien of iemand in de REM-slaap zit aan de snelle oogbewegingen onder de gesloten oogleden. REM staat voor ‘rapid eye movements’ wat snelle oogbewegingen betekent. De hersenen zijn tijdens deze fase volop actief. Een eenduidig antwoord op de vraag waarom de hersenen zo actief zijn, hebben wetenschappers nog niet. Het vermoeden bestaat dat het te maken heeft met het verwerken van informatie. Naarmate de nacht vordert, worden de perioden met REM-slaap steeds langer. In totaal neemt de droomslaap 20 tot 25 procent van de slaapduur in beslag.

 

Slaap en hersenen

Hersenactiviteit

Neuronen zijn zenuwcellen die informatie ontvangen, verwerken en doorgeven. Alle neuronen bij elkaar – geschat op meer dan honderd miljard – vormen een netwerk dat verantwoordelijk is voor alle functies die we kunnen uitvoeren. Omdat neuronen niet met elkaar kunnen praten vindt er een andere manier van communicatie plaats door middel van neurotransmitters. Neurotransmitters zijn dus stoffen die het mogelijk maken dat neuronen met elkaar communiceren. Receptoren, zitten als het ware op de neuron en zorgen ervoor dat de juiste neurotransmitters in de juiste neuronen terecht komen. Dit wordt ook wel het poortwachter effect genoemd omdat ze alleen de juiste neurotransmitters doorlaten. Deze communicatie zullen we in het vervolg hersenactiviteit noemen.

 

Slaap en Hersenactiviteit

Vanuit onze hersenen wordt het slaap-waakritme geregeld. Er zijn vormen van hersenactiviteiten die ervoor zorgen dat we moe worden en vormen van hersenactiviteit dat we juist wakker worden. De activiteiten van de neurotransmitters dopamine, serotonine, adrenaline en acetylcholine zijn de bekendste ‘wakkermakers’. Terwijl adenosine, GABA en melatonine er juist voor zorgen dat we moe worden, daarom noemen we de activiteiten van deze neurotransmitters voor het gemak de ‘slaapmakers’. Wakkermakers en slaapmakers onderdrukken elkaar en zo wordt het slaap/waakritme gereguleerd. Als je niet kan slapen komt dit doordat wakkermakers de slaapmakers blijven onderdrukken.

Van nature zorgt de slaapmaker adenosine ervoor dat we tijdens de dag steeds vermoeider worden. Als je een kopje koffie drinkt, krijg je als ware de concurrent van adenosine binnen; cafeïne. Cafeïne is een alkaloid, een plantenstof (hieronder meer). Cafeïne blokkeert de activiteit van adenosine waardoor we niet moe worden. Dit komt doordat de cafeïne alkaloid precies in de adenosine receptor past, waardoor de communicatie van adenosine geblokkeerd wordt. In andere woorden, cafeïne lijkt zoveel op adenosine waardoor de poortwachter (de receptor) cafeïne doorlaat.

We weten allemaal dat koffie ons wakker houdt maar naast cafeïne zijn er nog veel andere vormen van hersenactiviteit die ontspanning en rust kunnen tegenwerken. Ook wanneer het ons niet uitkomt. Er zijn bijvoorbeeld wakkermakers die onze alertheid stimuleren. Dezelfde neurotransmitters kunnen ook gevoelens van angst en stress stimuleren. Bijvoorbeeld de wakkermakers dopamine en adrenaline. Gevoelens van angst en stress hebben een negatieve invloed op de nachtrust, vandaar dat angstremmende medicatie ook wordt gebruikt om de nachtrust te verbeteren.

 

Alkaloïden en Flavonoïden

Alkaloïden en flavonoïden zijn vaak werkzame stoffen die in planten voorkomen. Voor de planten zelf hebben alkaloïden in veel gevallen een vraatwerende functie wat voorkomt dat insecten en dieren de planten opeten. Een aantal alkaloïden hebben in de geneeskunde een belangrijke rol verworven (denk aan codeïne en morfine). Flavonoïden zijn stoffen die in planten voorkomen en in belangrijke mate bijdragen aan de kleur en vaak een bittere smaak hebben waardoor insecten worden afgeschrikt. In relatie tot slaap zijn er alkaloïden en flavonoïden die wakkermakers onderdrukken en slaapmakers stimuleren.